|
De
veelzijdigheid van de
rivieren in Mexico,
Guatemala en Belize
Het is
alweer 5 jaar gelden dat ik
voor de eerste ma al
naar Mexico reisde. Ik kwam
in mei 1998 in Yucatan
terecht in
het
inmiddels enorm bekende
Playa del Carmen. Ik was
hier als
doodgewone toerist op
strandvakantie. In deze
periode vlak voor de
regentijd is het in Yucatan
warm en benauwd. Ik wist dat
er een hoop cichliden in dit
gebied voorkwamen, waarvan
ik de Thorichthys meeki al
eens had verzorgd.
Tijdens
deze reis bezocht ik onder
andere de opgravingen van de
mayatempels in Coba. Coba is
gelegen in het binnenland
aan de oostkant van Yucatan,
waar zich een hoop meren en
Cenotes bevinden. Cenotes
zijn uniek in dit
werelddeel. Ze ontstaan
doordat er zeewater door de
poreuze koraalbodem, waaruit
het schiereiland Yucatan
bestaat, naar binnen
sijpelt. Door de eeuwen heen
heeft dit proces ertoe
geleid dat er ondergrondse
zoetwater riviertjes zijn
ontstaan. Op de plaatsen
waar deze riviertjes
bovengronds komen ontstaan
er soms grote ronde gaten in
het landschap waarin zich
koud en kraakhelder water
zich bevindt. In deze
cenotes komt ook de T. Meeki
voor. Helaas heb ik tijdens
deze reis geen mooie
cichliden gevonden.
Gewoonweg doordat ik te
slecht voorbereid was.
Om mijn
fout van het jaar ervoor
goed te maken, besloot ik in
februari 1999 een rondreis
te maken door Yucatan en
hierbij ook Guatemala en
Belize te betrekken. Het
Mexicaanse deel van Yucatan
is vlak (met een enkele
uitzondering bij de
Puuc-heuvels in het westen)
en bedekt met (regen)woud.
Spectaculair is het niet,
maar de enorme oppervlaktes
met woud zijn overweldigend.
Mijn reis begon in het
noorden van Yucatan in
Cancun en van hieruit reisde
ik langs de kust naar de
grensplaats met Belize,
Chetumal. Het landschap
verandert geleidelijk
richting het zuiden, maar de
mensen veranderen ineens op
de grens met Belize. De
nakomelingen van de Maya’s
staan in schril contrast met
de negroïde bevolking van
Belize. Belize is qua
landschap mooier dan het
deel van Mexico dat ik reeds
bezocht had. Het landschap
is meer tropisch en er is
veel meer water te vinden.
Bij de maya-opgravingen van
Xunantunich heb ik een groot
deel van de tijd langs de
waterkant in
de
Macal river gezocht naar
cichliden. Het heuvelachtige
landschap met woud waar de
Macal river doorheen stroomt
is werkelijk prachtig. In de
Macal river komt o.a. de
Archocentrus spilurus voor
en natuurlijk de Astyanax
fasciatus. Deze bijvis wordt
door heel Yucatan
aangetroffen. Het viel me op
dat deze rivier niet bomvol
met vis zit, want later op
mijn reis zou blijken dat
dit in het meer van Peten (Lago
de Peten) namelijk wel het
geval is. De oevers zijn
geleidelijk aflopend en in
het water zijn veel
maaskeien en hout te vinden.
Op sommige plaatsen is er
een aardige versnelling in
het water. De vissen zoeken
voornamelijk de
schaduwrijke, langzaam
stomende delen van het water
op, onder overhangende
takken bijvoorbeeld. Op deze
plaats in het water liggen
ook veel bladeren. Te zien
was, dat een blad al
voldoende is als afscheiding
tussen twee verschillende
koppels spilurus. Het viel
me ook op dat mens en dier
in deze omgeving goed
samengaan. Veel mensen
gebruiken de rivier voor het
dagelijkse levensonderhoud,
zoals de voor de was en voor
zichzelf. Op relatief korte
afstanden van elkaar kom je
mens en vis tegen.
Vanuit
Belize richting het meer van
peten in Guatemala. Dit meer
zit werkelijk afgeladen met
vis. Mooie vis, zoals
diverse Vieja-, Archocentrus-
en Thorichthys-soorten. Ook
dit meer heeft geleidelijk
aflopende oevers en er zijn
veel riet en waterhyacinten
te vinden. Onder water wordt
er veel waterpest en
hoornblad aangetroffen. Het
water is bruin, helder
gekleurd. Het meer van Peten
ligt temidden van het
tropisch regenwoud.
Vanuit
het meer van Peten richting
de grens met Guatemala, waar
de Rio Usumacinta een
natuurlijke barrière vormt.
De Rio Usumacinta is een
snel stromende rivier die in
deze periode niet erg hoog
staat, maar toch nog erg
omvangrijk is. De oevers
zijn steil en de rivier is
geheel gevuld met grove
keien. Je ziet veel
oeverbeplanting op de
stukken die zijn
drooggevallen, maar dit zal
in de regenperiode, die van
mei t/m oktober duurt, wel
weer weg zijn. Met een kano
hebben we ongeveer twee uur
over de Rio Usumacinta
gevaren, maar nauwelijks vis
waargenomen.
Richting Palenque in Chiapas
werd het pas echt
interessant, want hier komen
veel vissen voor in een
klein gebied. De vele
rivieren banen zich hier een
weg door het tropisch
regenwoud. In deze periode
staan de meeste rivieren
laag, dus is het water
gemakkelijk toegankelijk.
Bij Aqua Azul bleek dat het
toch nog moeilijk is om je
staande te houden in het
snelstroomde water. Het
water van Aqua Azul is in
deze periode helder en
azuurblauw, maar in de
regenperiode is het water
troebel en bruin. De
bevolking noemt de rivier
dan ook de ‘Rio Chocolate’.
Wat me erg opviel in deze
rivier dat er in de luwe
gedeelten veel vis voorkomt
en dat er in de
snelstromende delen veel
garnalen en kreeften zitten.
Ook zie je hier onder water
erg veel slakken. Op enkele
vierkante centimeters komen
er duizenden tegelijk voor.
Voor de bevolking dient de
rivier als één van de
grootste voedselbronnen.
Veel mannen en kinderen zie
je met trossen vis voorbij
komen, waaronder Theraps
coeruleus.
Bij de
Rio Mi-sol-Ha zie je
eigenlijk hetzelfde beeld.
Het water mist alleen zijn
azuurblauwe kleur en onder
water zie je weer
voornamelijk
hoornblad en waterpest. Wat
ook interessant is zijn de
vele insecten die ook rondom
het water leven.
Voornamelijk de grote
spinnen zie je veelvuldig
jonge vis wegwerken. Het
ecosysteem zorgt ervoor dat
alleen de sterkste soorten
overblijven, terwijl wij in
onze aquaria proberen om
zoveel mogelijk exemplaren
in leven te houden.
Vanuit
Chiapas richting het
westelijke deel van Yucatan
kom je onderweg de Rio
Candelaria tegen. Deze
redelijk brede rivier zit in
februari overvol met
waterhyacinten en
mosselplanten waardoor het
haast onmogelijk is om nog
maar een glimp op te pakken
van het water, dus laat
staan wat vis. Het
westelijke deel van Yucatan
is erg dor en droog. Je komt
ter noorden van Campeche er
nauwelijks rivieren, beekjes
e.d. tegen. Ik heb in dit
gebied ook niets
noemenswaardig gevonden.
Ik was
geheel verslaafd geworden
aan dit gebied vandaar dat
ik in November 2000 besloot
om nogmaals richting Mexico,
Guatemala en Belize te
reizen. Ditmaal betrok ik
ook het westelijk en
zuidelijk deel van Mexico
erbij en het westen en
zuiden van Guatemala. Ik
vertrok samen met mijn
vriendin vanuit Mexico City.
Mexico
City is enorm, overweldigend
en alles overtreffend.
Gebouwd op een meer /
moeras, waarvan niets meer
terug te vinden is, behalve
de vele gebouwen die
langzaamaan verzakken. Op
het gebied van rivieren met
vis, moet je ver buiten het
centrum zoeken. Hierbij moet
men rekening houden dat de
stad een onmeetbare omtrek
heeft. Het was dus ook
onmogelijk om in één dag een
grote rivier te bezoeken,
behalve dan een klein gebied
iets ten zuiden van Mexico
City, Xochimilco. Dit gebied
staat bekend als het
uitgaansgebied voor de ‘locals’.
Het gebied doet denken aan
de Biesbosch hier in
Nederland. Kleine slootjes
die bij elkaar komen in één
brede vaart. Voor de locals
is het traditie om een klein
gekleurd bootje te huren en
je laten rondvaren over de
slootjes, vergezeld van
eten, muziek en vrienden.
Desondanks komen in deze
kleine slootjes enkele
Herichthys voor en veel heel
veel levendbarende die leven
van het eten wat terecht
komt in de sloten. Het water
is bezaaid met
waterhyacinten en waterpest.
De bodem bestaat uit een
dikke laag modder.
Het
landschap van Mexico City
naar Oaxaca is zoals men het
zich kan voorstellen, een
woestijn met vele cactussen,
roofvogels en slangen. In
Oaxaca komen twee bergketens
bij elkaar, de Sierra Madre
Oriental en de Sierra Madre
Oxidental. Dit heeft als
gevolg dat er in Oaxaca een
mild klimaat heerst, waarbij
veel tropisch plantensoorten
al zichtbaar zijn. De pieken
van de Sierras zijn hier
niet hoger dan 1500 meter en
doordat het klimaat warmer
is, ontstaan hier veel grote
rivieren, waaronder de Rio
Coatzacoalcos. Op deze
plaats is de rivier niet
breder dan 10 meter, maar de
snelheid waarmee het water
naar beneden stroomt is
enorm. Er worden hier geen
planten aangetroffen, maar
wel veel keien in het water.
Doordat ik in Oaxaca ziek
was, ben ik helaas niet in
de gelegenheid geweest om
hier uitgebreid op
vissenjacht te gaan.
Vanuit
Oaxaca met de nachtbus
richting ‘Tuxtla Gutiérrez’.
Indien iemand zich een
voorstelling wil maken over
de overgang van deze twee
gebieden kun je de omgeving
van Oaxaca beschouwen als
het middellandse zeegebied
en de omgeving bij ‘Tuxtla
Gutiérrez’ als het
Amazonegebied. Het is dus
een enorme overgang als je
’s ochtends rond een uur of
5 wakker wordt en naar
buiten kijkt en het is warm,
benauwd en tropisch. Vroeg
in de ochtend staken we de
vele toevoer riviertjes van
de Rio Grijalva al over. De
ene wat breder dan de ander,
maar allemaal snelstromend
en helder. Wat erg opvallend
was ten opzichte van de
rivieren uit de omgeving van
Oaxaca is dat er hier veel
meer oevervegetatie aanwezig
is. Met name diverse
rietsoorten staan langs de
oevers.
Rond
acht uur moesten we op de
boot bij ‘Chiapa de Corzo’
stappen voor een tocht door
het ‘Parque nacional del
cañón del Sumidero’ te
maken. Dit beschermde
natuurgebied is uniek door
de steile wanden langs de
oevers die een afstand van
meer dan 1500 meter
overbruggen en dan nog eens
vele meters onder water. Op
sommige plaatsen reizen de
wanden rechtop uit het water
als een blok omhoog. De
rivier die tussen de kliffen
zich door worstelt is de
‘Rio Grijalva’.
|