| |
Cichliden
ruwe Edelstenen uit Midden
Amerika
Amphilophus Robertsoni.
Een prachtige vis waarvan sommige
varianten een mooie blauwe
kleur kunnen krijgen.
Er zijn natuurlijk ook een
aantal soorten die niet echt
mooi van kleur zijn, maar
dat heb je bij elke soort.
De reden waarom we deze
soort zo goed als niet
kunnen terug vinden in de
winkels is
hoogstwaarschijnlijk omdat
hij zeer lastig is na te
kweken, en als hij klein is
dan laat hij geen mooie
kleuren zien, dus lopen de
meeste mensen er snel
voorbij.
De Robertsoni vindt zijn
herkomst in Mexico,
Guatemala, Belize en
Honduras
Een aantal rivieren zijn bv.:
Rio Motagua en Rio
Usumacinta.
Gedrag:
De meeste exemplaren van de
Robertsoni kunnen zeer
onverdraagzaam zijn.
Zelf heb ik er nooit
problemen mee gehad
gelukkig.
Maar het beste zijn ze te
houden in een groepje en in
een bak van minimaal
200x60x60.
Per koppel vind ik ze zeer
slecht te houden en dan
wordt er veel gejaagd, in
een kleine groep valt dat
reuze mee.
Deze groep staat bekend om
het graaf gedrag, we kunnen
ze wel een beetje
vergelijken met de
Zuid-Amerikaanse cichliden
uit het geslacht Geophagus.
Ik geef ze persoonlijk
spirulinavoer, mosselvlees
en garnaalachtigen, ook geef
ik ze veel forelkorrels en
cichlidensticks als
droogvoer.
Houd ze vrij warm, ongeveer
28 graden, dit om de groei
te bevorderen en infecties
tegen te gaan.
Inrichting:
Probeer ook weer hier een
natuurlijk geheel te maken
met zand , kiezels ,
maaskeien en wat wortelhout.
Een sterke watercirculatie
is overbodig en geef ze bv.
medebewoners zoals V.Regani,
V.Argentea of P.splendida
ook C.Pearsei is zeer goed
geschikt.
De verlichting houd ik ook
hier weer wat gedempt want
dan laten ze toch wat meer
kleur zien.
Maak ook wat schuilplaatsen
waar de soort zich kan terug
trekken in geval van schrik.
Maximale Grote,
Geslachtsonderscheid en
Kweek:
De
uiteindelijke lengte die de
soort kan bereiken ligt rond
de 25 cm maar persoonlijk
heb ik al eens exemplaren
gezien van rond de 30 cm.
De vrouwelijke exemplaren
blijven wat kleiner ongeveer
20 cm, ze zijn geslachtsrijp
bij ongeveer 15 cm.
Het geslachtsonderscheid is
moeilijk, mannen zijn wat
langer gerekt en vrouwen wat
grover gebouwd.
Ook hebben de mannen wat
meer glittering op het
lichaam en zijn de vrouwen
niet zo blauw.
De kweek is zoals eerder
gezegd lastig, laat een
kleine groep Robertsoni bij
elkaar op groeien.
Als je mazzel hebt kan het
voor komen dat er een
koppeltje vormt en samen een
plaats in de bak verdedigt
tegen de andere
medebewoners.
De paring is net als bij de
meeste andere soorten.
Ze graven een kuil of
poetsen een ondergrond goed
schoon en zo vlak mogelijk ,
als dat naar de zin is van
de vrouw dan volgt de
uiteindelijke afzetting.
Normaal heeft deze soort
niet echt grote legsels, ik
schat rond de 300-400
eitjes.
Het jongbroed is op te
voeden met artemia
nauplieeen en microvoer.
Het komt vaak voor dat ze
zeer langzaam groeien, maar
dit is typisch voor de
Amphilophussen.
Slotwoord:
Wederom een soort waar
we zeer zuinig mee om moeten
gaan.
Want in al die jaren heb ik
ze nooit echt in de handel
gezien, ook niet bij
hobbyisten.
Op dit moment zijn er weer
enkele exemplaren bij
hobbyisten, deze zijn
afkomstig uit Duitsland en
België.
Dus hopelijk kweken ze deze
exemplaren na en kan
iedereen de kans krijgen om
deze mooie soort te houden.
|
>De familie bestaat uit.....
>Hier staan meer foto's.
>terug.
|
|
|
|