| |
Cichliden
ruwe Edelstenen uit Midden
Amerika
Amphilophus (Nandopsis)
Trimaculatus.
Deze prachtige en robuuste
soort kom je mondjes maat
tegen in de handel en als je
ze tegen komt, dan kom je
meestal grote en
halfwas exemplaren tegen als
eenling en dit is niet
zonder reden.
In de jaren 90 werd deze
soort vrij veel gehouden
door vele liefhebbers, maar
naar mijn weten is dat op
dit moment ontzettend terug
gezakt naar een enkele
liefhebber die een zwak
heeft voor deze robuuste
drievlek cichlide.
Qua uiterlijk en gedrag vind
ik dat de Trimaculatus zeker
thuis hoort in de groep
Nandopsis, als men hem goed
bekijkt heeft hij uiterlijk
ontzettend veel weg van de
wat kleiner blijvende
Nandopsis Salvini.
Zijn verspreidingsgebied
bevindt zich in Mexico,
Guatemala en El Salvador.
Een aantal rivieren waar hij
wordt gevangen zijn
bijvoorbeeld de: Rio Lempa,
Rio Malatengo en de Rio San
Miguel.
Een prachtige variant
waarvan ik een aantal
koppels heb verzorgt is de
variant die afkomstig is uit
de Rio Los Perros
in Mexico.
De mannelijke exemplaren van
deze variant ontwikkelden
bij mij een mooie
bultvorming, dit is echter
iets wat niet bij alle
varianten voor komt.
Helaas heb ik hiervan geen
foto’s, het exemplaar
afgebeeld op de foto is een
exemplaar waar de herkomst
helaas niet van
bekend is.
Gedrag:
De Trimaculatus kan
beschreven worden als een
zeer onverdraagzame soort,
die als hij te klein wordt
gehouden alle vissen die hij
de baas kan inclusief
vrouwelijke exemplaren
afslacht.
Er zijn ook een paar
berichten van rustige
exemplaren maar de meeste
berichten houden in dat het
slopers zijn die
andere vissen opjagen en
verwonden.
Voor deze soort hebben we
dan ook, als we het echt
goed willen doen, een bak
van 250x60x60 of groter
nodig.
De paarbinding van deze
monsters is dan ook zeer
slecht en het is niet
zeldzaam dat de man na de
paring zijn vrouw om
zeep helpt.
Dit is dan ook een van de
grootste redenen dat er veel
losse mannen worden
aangetroffen in de handel en
tussen de liefhebbers.
Zorg om dit te voorkomen dan
ook voor een ruime behuizing
met veel schuilgelegenheid
voor andere vissen.
Wat het voeren betreft zijn
ze niet moeilijk maar grof
voer zoals garnalen, mossels
en sticks nemen ze gewillig
en ze groeien van het grove
voer ook een stuk sneller
dan van alleen droogvoer.
Inrichting:
Gebruik een grove zandbodem
(zand vermengd met kiezels
en grind) omdat deze soort
graag graaft.
Maak van bijvoorbeeld
stukken wortelhout of grote
stenen schuilgelegenheden
waar de ondergeschikte
vissen en vrouwen zich terug
kunnen trekken.
Indien de bak groot genoeg
is kan men meerdere koppels
samen houden, maar let op
richt de bak dan wel zo in
dat er makkelijk territoria
gemaakt kunnen worden door
de koppels.
Geschikte medebewoners zijn
bijvoorbeeld Nandopsis Dovii,
Nandopsis Manageunsis en
Amphilophu Citronellus.
Let op, soorten zoals
Thorichthys Meeki, Vieja
Argentea en Herichthys
Pearsei zijn geen goede
medebewoners, omdat ze veel
te goedaardig en rustig
zijn.
Maximale Lengte,
Geslachtsonderscheid en
Kweek:
De maximale lengte van
mannelijke exemplaren ligt
boven de 30 cm, vrouwelijke
exemplaren blijven doorgaans
zeker 10 cm kleiner.
Ze zijn echter al
geslachtsrijp bij een lengte
van 12 cm.
Het geslachtsonderscheid is
vrij makkelijk, de
vrouwelijke exemplaren
hebben een donkere vlek in
het midden van de rugvin
en ze blijven ver achter in
de groei vergeleken met de
mannelijke exemplaren.
Mannelijke exemplaren
krijgen ook een steiler
voorhoofd en sommige
varianten zelfs een mooie
bultvorming.
De kweek is makkelijk, om te
beginnen zet een 6 tal jonge
exemplaren bij elkaar en
kweek deze op totdat je
merkt dat er een
paartje zich gaat
afzonderen.
Dit koppeltje zal een plaats
in de bak fel gaan
verdedigen tegenover alle
andere vissen in de buurt.
Meestal verwonden ze de
overige exemplaren zo
fanatiek dat het beter is om
deze te verwijderen, of men
moet natuurlijk over
een enorme bak beschikken.
Na een enorme massa zand te
hebben verzet zal het koppel
overgaan tot de afzetting,
dit gebeurt meestal op een
vlakke ondergrond die vooraf
is schoongepoetst door het
vrouwtje.
Jonge dieren produceren niet
erg grote nesten ongeveer 3
a 400 eitjes, halfwas of
volwassen vrouwtjes
produceren legsels van 6 a
700 eitjes.
Een bevrucht legsel komt bij
een watertemperatuur van 28
graden na 3 dagen uit en na
nogmaals 3 dagen kan je
waarnemen
dat het jongbroed pogingen
onderneemt om vrij te gaan
zwemmen.
Jonge Trimaculatus zijn
makkelijk op te kweken met
microvoer, fijngemaakte
spirulinavlokken en
artemia-nauplieen.
Een goede tip; kweek niet al
teveel jonge dieren op want
je raakt ze aan de
straatstenen niet kwijt,
waarschijnlijk omdat
de meeste mensen zijn
reputatie kennen.
Tot Slot:
Persoonlijk vind ik het een
prachtig gezicht wanneer er
een volwassen koppel
Trimaculatus voorbij zwemt,
samen met de Nandopsis Dovii
zijn dit zo' n beetje de
robuuste jongens die je kunt
houden.
Als je de ruimte hebt en je
houdt van een beetje pit in
de bak dan raad ik deze
jongens zeker aan.
Heb je een bak van 150 of
zelfs kleiner begin er dan
niet aan want je hebt er dan
helaas weinig plezier van,
of je moet natuurlijk iemand
zijn die graag maar 1 vis
houdt want daar komt het
vroeg of laat bij deze vis
dan toch op uit.
|
>De
familie bestaat uit.....
>Hier
staan meer foto's.
>terug.
|
|
|
|