| |
Cichliden
ruwe Edelstenen uit Midden
Amerika
Archocentrus Centrarchus.
Deze mooie groter wordende
vertegenwoordiger uit het
geslacht Archocentrus kom je
niet zo vaak tegen in de
handel als de Archocentrus
Nigrofasciatus en is ook
veel verdraagzamer dan de
genoemde soort, ook is het
een vrij hooggebouwde soort.
De herkomst van deze
vissoort is terug te vinden
in Costa-Rica en Nicaragua,
een aantal rivieren waar hij
in voor komt zijn: de Rio
San Juan en de Nicaragua-see.
Hij is nauw verwant aan de
Archocentrus Multispinosa en
de Archocentrus Spinossimus
deze driesoorten hebben met
elkaar gemeen dat ze de
zelfde paarneigingen hebben.
Van deze drie genoemde
soorten is de Archocentrus
Spinossimus het zeldzaamste.
Als ze hebben afgezet en het
legsel komt uit dan hangen
ze hun jonge larfjes aan een
plant een stuk wortelhout of
een stuk zijwand totdat ze
uitzwemmen, een heel apart
gedrag dat we niet kennen
van veel Midden-Amerikaanse
cichlidensoorten.
Alle andere
vertegenwoordigers uit dit
geslacht graven een kuiltje
en houden hun larfjes daarin
tot ze gaan uitzwemmen.
Gedrag:
We hebben hier te maken met
een vrij rustige soort, die
al genoegen neemt met een
bak van 100x40x40.
De paarbinding is goed en
men hoeft niet veel
problemen te verwachten
tussen een gehouden koppel.
In zijn natuurlijk biotoop
komt deze vis hoofdzakelijk
voor in de wat kalmere
wateren en kleine beekjes,
hier beweegt hij zich graag
tussen het bladafval.
De broedkleur is vrij donker
met een lichte zone in het
kopgedeelte, vergelijkbaar
met de Archocentrus
Multispinosa.
Het soort voedsel wat het
beste voor dit soort vissen
is, is plantaardig
bijvoorbeeld
spirulinavlokken of gekookte
andijvie, rode muggenlarven
tubifex en runderhart raad
ik af, dit kan fataal
aflopen voor de vissen.
Het zijn open substraat
broeders dat houdt in dat ze
afzetten op bijvoorbeeld een
steen, terwijl andere vissen
uit dit geslacht
holenbroeders zijn.
Inrichting:
Voor de inrichting kunnen we
uitgaan van een
oeverbiotoop, een grove
zandbodem, maaskeien en een
paar mooie stukken
wortelhout die dunne
vertakkingen hebben, ook
zijn een aantal bladeren
goed mogelijk om het er
natuurlijk uit te laten
zien.
Een sterke watercirculatie
hebben we niet nodig,
aangezien ze in de natuur
daar ook niet in leven.
De temperatuur houd ik
altijd rond de 28 graden
door deze hoge temperatuur
zijn ze sterker bestand
tegen ziektes en ze groeien
dan ook beter.
Je zou ze zelfs een
schooltje zalmachtige
gezelschap kunnen geven,
zelf vind ik het mooi om er
een aantal meervallen bij te
houden (Arius Jordani of
Seemani).
Kortom hou de inrichting zo
natuurlijk mogelijk.
Lengte,
Geslachtsonderscheid en
Kweek:
De maximale lengte van
deze vrij groot wordende
Archocentrus ligt rond de 17
cm het vrouwtje blijft een 5
tal cm kleiner.
Ze zijn al broedrijp bij een
lengte van 10 cm.
Het geslachtsonderscheid is
lastig, de mannelijke
exemplaren worden groter en
hoger en krijgen meer kleur
in de vinnen, de vrouwelijke
exemplaren zijn voller
gebouwd en laten vaak een
donkere kleur zien ook zijn
de ogen feller gekleurd als
ze aan het dreigen zijn.
Het kweken met deze soort is
vrij eenvoudig de stelregel
is als je een man en vrouw
hebt dan kan je kweken.
Maar ik raad het toch aan om
te beginnen met het opkweken
van een aantal jonge
exemplaren als deze bij
elkaar opgroeien en er vormt
zich een koppel dan is de
paarbinding wat beter dan
wanneer men een man en vrouw
bij elkaar zet.
Is er een koppel gevormd,
dan zal het gevormde koppel
een territorium gaan
verdedigen tegen elke
medebewoner.
Je merkt dan ook dat het
vrouwtje het voortouw neemt
met de paring, ze zoeken een
goede afzetplaats op en
poetsen deze schoon.
Als dit voldoende schoon is
gemaakt wordt er een legsel
afgezet, rijtje voor rijtje
worden de eitjes afgezet en
ook rij voor rij worden ze
door de man bevrucht (niet
bevruchte eitjes kleuren
wit).
Bij een temperatuur van
ongeveer 28 graden komen de
eitjes na drie dagen uit.
De opkweek van deze visjes
is vrij makkelijk, veel
water verversen en voeren
met microvoer en
artemia-nauplien.
Tot slot:
Deze groter wordende
vertegenwoordiger van het
geslacht Archocentrus is een
aanwinst voor elke
liefhebber, maar wees er
zuinig op want ook deze
soort wordt niet veelvuldig
meer aangeboden door de
liefhebbers en winkeliers.
Alleen door het registratie
formulier in te vullen
kunnen we weten wie welke
soorten heeft en daardoor
kunnen jonge vissen van
bepaalde soorten
ondergebracht worden bij
liefhebbers die de soort
kunnen behouden en kweken
voor andere geïnteresseerde
liefhebbers. |
>De familie bestaat uit.....
>Hier staan meer foto's.
>terug.
|
|
|
|