Tomasopa
 


Cichliden ruwe Edelstenen uit Midden Amerika





 
Archocentrus Sajica.

Deze vertegenwoordiger uit het geslacht Archocentrus is in de meeste winkels wel te verkrijgen en een ideale soort om te houden als men niet de ruimte heeft voor grote jongens zoals bijvoorbeeld vertegenwoordigers uit het geslacht Vieja of Nandopsis.
Sajica is al te houden in een bak van 100x40x40.
De mannelijke exemplaren krijgen een mooie blauwe keelpartij en de vrouwelijke exemplaren krijgen prachtige oranjegele vinnen.
Een aantal nauw verwante soorten die qua bouw en karakter veel op de Sajica lijken zijn de Nigrofasciatus, Spilurus (Cutteri) en de Septemfasciatus.
Houd de eerder genoemde vissen niet samen want dan heb je kans op kruisingen en onderlinge vechtpartijen.
Al deze bovenstaande soorten zijn holenbroeders, dit houdt in dat ze hun legsel afzetten in een hol een spleet of nis in de stenen.
De herkomst van deze soort is te vinden in Costa Rica, een aantal rivieren waar hij in voorkomt zijn de Rio Esquinas en waterstroompjes in het Parrita-Quepos gebied.


Gedrag:
We hebben hier te maken met een klein blijvende cichlide die vrij fel zijn territoria verdedigt, zorg dus voor schuilgelegenheid voor onderdrukte dieren.
We kunnen deze vissen niet vergelijken met de Archocentrus Centrarchus en de Archocentrus Spinossisimus, deze soorten zijn veel verdraagzamer. 
De broedzorg en binding is normaal gesproken perfect, zo blijven de ouderdieren ook na de broedperiode bij elkaar om het territoria te verdedigen.
Geschikte medebewoners die we deze soort kunnen geven zijn bijvoorbeeld: Amphilophus Altifrons of Tomocichla Sieboldii.
In de natuur leven ze van insecten, kleine visjes en garnaalachtige, in het aquarium nemen ze alle voedselsoorten gretig tot zich.
Let op! voer ze geen rode muggenlarven, tubifex of runderhart want hier krijgen ze gegarandeerd problemen met de vertering meestal tot de dood er op volgt. 
Houdt de temperatuur rond de 28 graden, houdt men ze te koud dan kunnen ze last krijgen van darminfectie en witte ontlasting (dit geldt vooral voor jonge vissen die men opkweekt).


Inrichting:
In de natuurlijke omgeving komt deze soort voor tussen veel stenen en kiezels, ze worden ook aangetroffen in sterke stroming waar veel lichtval is.
We kunnen het aquarium inrichten met een grove zandbodem, kiezels, maaskeien en een paar mooie stukken wortelhout zo geplaatst dat er makkelijk een aantal territoria gevormd kan worden. 
Vergeet bij de inrichting niet dat we hier te maken hebben met een holenbroeder.
Houd men meerdere koppels zorg dan ook voor genoeg schuilgelegenheid.
Planten zijn niet echt geschikt voor het gebruik, ze worden doorgaans uitgegraven.


Grote, Geslachtsonderscheid en kweek:
De maximale lengte die deze soort kan bereiken ligt rond de 12 cm, de vrouwtjes kleiner.
Ze zijn bij een lengte van 5 cm al paarrijp, maar het is niet bevorderlijk voor hun groei als ze zo vroeg beginnen met paren meestal halen ze hun maximale lengte dan niet meer.
Het geslachtsonderscheid is vrij makkelijk te herkennen, de vrouwelijke exemplaren hebben een vollere buikpartij ze blijven achter in groei ten opzichte van de mannelijke exemplaren en ze bezitten een prachtige oranjegele kleur in de vinnen die bij de mannelijke exemplaren ontbreekt.
Mannelijke exemplaren hebben een hogere bouw en de kop loopt steil naar boven.
Ook kan er sprake zijn van een lichte bultgroei en de vinnen lopen langer door op een punt terwijl bij de vrouwelijke exemplaren de vinnen meer afgerond aflopen en er een donkere vlek in de rugvin bevindt die bij de mannelijke exemplaren ontbreken.
De kweek is niet moeilijk,begin zoals bij alle cichliden met een 6 tal jonge exemplaren. 
Als ze uitgroeien tot halfwas (6 cm) dan merk je dat ze koppels aan het vormen zijn.
Meestal neemt het vrouwtje het initiatief en zoekt een hol op waar ze tegen de man aanbaltst.
Na verloop van tijd zal het koppel afzetten en als het legsel bevrucht is dan komt het na een dag of drie uit en merk je dat ze de larven in een kuiltje bewaken.
Hebben ze eenmaal de smaak te pakken dan is het hek van de dam en draait de fabriek op volle toeren, als je begrijpt wat ik bedoel.
Ik raad het af om alle jonge dieren op te kweken want je raakt ze aan de straatstenen niet kwijt, probeer de mooiste exemplaren eventueel op te kweken en voer de rest op.
Jonge Sajica zijn makkelijk op te kweken met microaaltjes en artemia.


Slotwoord:
Wederom een prachtige kleiner blijvende soort die goed geschikt is voor mensen die beginnen met deze mooie hobby en beperkt zijn in hun ruimte.
De vertegenwoordigers uit de familie Archocentrus hebben een boeiend gedrag waar beginnende liefhebbers en ervaren rotten uren plezier aan kunnen beleven.


>De familie bestaat uit.....

>Hier staan meer foto's.

>terug.
 

 

 

 Home


   
  Home    De Vissen    Tips    Biotopen    Links    Advertenties    Visregistratie                  Copyright (c) cichliden.org 2006