Tomasopa
 


Cichliden ruwe Edelstenen uit Midden Amerika



Chuco Godmani.



Alle vertegenwoordigers uit de familie Chuco kunnen we betitelen als zeldzaam.
Van de 3 Chuco soorten is de soort Intermedium de minst kleurrijke, terwijl de soort Microphthalmus de kleurrijkste is, ook verschilt deze laatste van de andere 2 soorten omdat hij een slanke bouw heeft terwijl de Godmani en Intermedium een grove robuuste bouw hebben.
De Godmani kunnen we ten alle tijden onderscheiden van de overige 2 door dat hij een mooie donkere vlek heeft bij zijn kieuwdeksel, bij de Intermedium is dit meer een streep dan een vlek.
Alle vertegenwoordigers stellen een goede watercirculatie op prijs, dit kan verkregen worden door middel van een powerhead of een c.v.pomp.
Wat ook een voordeel is van een sterke circulatie is dat door het gebruiken van hun energie voor het zwemmen in stromend water de agressie beperkt blijft tegen andere vissen.
In de natuur bewegen ze zich graag in groepen van 10 tot 20 exemplaren.
Het verspreidingsgebied beperkt zich tot het zuid-oosten van Guatemala, een aantal rivieren waar ze in voor komen zijn onder anderen de Rio Polochic en de Rio Motagua.
Persoonlijk heb ik een aantal verschillende varianten verzorgd en mijn ervaring hiermee is dat ze grotendeels pas afzetten na hun 2e levensjaar, dan zijn ze rond de 30 cm groot.


Gedrag:
Het gedrag verschilt met de gehouden variant, over het algemeen is het een groot wordende robuuste soort die men het beste kan houden in een ruime behuizing van 200x60x60, maar groter is uiteraard beter voor de vissen.
Een paar geschikte medebewoners die men ze kan geven zijn bijvoorbeeld Cichlasoma Bocourti, Cichlasoma Pearsei, Vieja Argentea, Vieja Synspilus, Petenia Splendida.
Bij de inrichting moeten we een aantal schuilplaatsen maken omdat ze onderling onverdraagzaam kunnen zijn, vooral ondergeschikte mannen en vrouwtjes moeten het nogal eens afzien en zonder schuilgelegenheid kan het fataal af lopen.
Zorg ook voor voldoende watercirculatie, hierdoor wordt de agressie beperkt.
Wat het voer betreft zijn ze niet kieskeurig maar van rode muggenlarven, tubifex en runderhart moet men afzien deze voedselsoorten verteren ze moeilijk.
Houd deze soort op een warmere temperatuur van ongeveer 28 graden, hierdoor groeien ze sneller en ze laten dan ook hun kleurpracht meer zien.


Inrichting:
Voor het inrichten kan men het beste een rivierbedding nabootsen, bijvoorbeeld een grove zandbodem (grind, zand en kiezels) verschillende maten rolkeien en een paar mooie grove stukken wortelhout en niet te vergeten zorgen we voor een goede watercirculatie.
Persoonlijk houd ik er van om er een schooltje Arius Jordani, Arius Seemani (foto te zien bij de bijvissen) bij te zetten dit geeft het geheel een mooi natuurlijk gezicht en het voordeel is ze houden de bodem ook goed afval vrij.


Grote, Geslachtsonderscheid, en Kweek:
De uiteindelijke grote die deze soort kan bereiken ligt rond de 35 cm, maar er gaan verhalen dat ze een lengte van 45 cm kunnen halen, persoonlijk heb ik ze niet groter dan 35 cm gehad.
De vrouwelijke exemplaren blijven doorgaans een 5 tal cm kleiner.
Het verschil tussen de seksen is lastig, de mannelijke exemplaren worden groter en krijgen een lichte bultvorming, de vrouwelijke exemplaren hebben doorgaans meer schitteringen in hun vinnen en het komt voor dat ze meer hun donkere keel laten zien.
Omdat deze soorten niet veel worden gehouden (zeldzaam) zijn er ook natuurlijk niet veel liefhebbers die ermee kunnen kweken.
Het zijn vrijbroeders die het liefst afzetten op bijvoorbeeld vlakke stenen.
Begin met opkweken van een 6 tal jonge exemplaren als deze een leeftijd hebben bereikt van 2 jaar (dan zijn ze ook zo een 30 cm) kunnen ze al paren gaan vormen.
Dan valt het ook op dat het vrouwtje een donkere keel heeft en een lichte kleur krijgt.
Deze soort kan makkelijk 4 a 5 weken baltsen voordat er een legsel op komst is, maar je kan het versnellen door grof voer te geven veel water te verversen en de temperatuur te verhogen.
Een bevrucht legsel komt bij een temperatuur van 28 graden na drie dagen uit, na nogmaals drie dagen beginnen ze vrij te zwemmen.
De jonge Chuco’s zijn vrij makkelijk op te kweken met microvoer en artemia-nauplien.
Let op: houd wel in gedachten bij de opkweek dat men veel voert en voldoende water ververst, kweek ze ook op bij een warme temperatuur dan zijn ze beter bestand tegen darminfecties.


Slotwoord:
Net als de andere vertegenwoordigers uit de familie moeten we op de Godmani ook heel zuinig zijn, dit komt omdat de deze soort helaas niet veel voorkomt in de kringen van de liefhebbers met als probleem dat hij ook niet verspreidt kan worden.
Wij als liefhebbers moeten onder elkaar (en dat valt niet mee want er zitten nogal wat egoïsten tussen) proberen deze soorten te behoeden voor uitsterving.
Naar mijn weten zitten er op dit moment nog maar 3 exemplaren in Nederland en 4 in België.
Maar als mijn contacten goed zijn komt er binnen kort een nest jongen naar Nederland.


>De familie bestaat uit.....

>Hier staan meer foto's.

>terug.

 

 

 

 Home


   
  Home    De Vissen    Tips    Biotopen    Links    Advertenties    Visregistratie                  Copyright (c) cichliden.org 2006