Tomasopa
 


Cichliden ruwe Edelstenen uit Midden Amerika


 
Herichthys Carpinte.


De Carpinte is een van de mooiste vertegenwoordigers van de familie Herichthys, hij wordt meestal wel in de winkels aangeboden onder de naam Parelmoercichlide.
Helaas wordt hij nog al eens verwart met de nauw verwante soort de Texascichlide.
De Latijnse naam van de Texascichlide is Herichthys Cyanoguttatus en hij is te onderscheiden van de Carpinte doordat hij gestippeld is en de Carpinte is gevlekt, ook wordt de Carpinte veel meer aangeboden dan de Cyanoguttatus. 
De Carpinte kent een aantal verschillende kleurslagen variërend van blauw tot groen.
Deze soort is afkomstig uit het noorden van Mexico, een aantal rivieren waar hij voorkomt zijn de Rio Verde, Rio Tamesoe, Rio Tempoal en de Laguna Media Luna.
De soort kan een maximale lengte bereiken van 25 cm, uitzonderingen van 30 cm zijn bekend.
De vrouwelijke exemplaren blijven overigens een stuk kleiner, ongeveer 17 cm.
Paarbinding tussen ouderdieren is normaal gesproken heel sterk, terwijl de broedzorg wel wat te wensen overlaat.


Gedrag:
Het kan een onverdraagzame soort zijn maar dit blijft zoals bij de meeste cichliden binnen de perken als je ze de ruimte geeft die ze nodig hebben.
Een enkel koppel kan al worden gehuisvest in een bak van 150x50x50, willen we ze samen met andere soorten houden dan raad ik een bak aan van 200x60x60.
Het voedsel wat men ze voor kunt schotelen moet groenvoer en garnaalachtige bevatten.
Meestal neemt het vrouwelijke exemplaar het voortouw wat betreft de paring, vooral de mannelijke exemplaren zorgen vrij slecht voor hun jongbroed.
Jonge dieren zijn heel erg gevoelig voor stress, worm en darminfecties, dit is tegen te gaan door bijvoorbeeld Dactycid te gebruiken.
In de natuur komen kleine tot halfwas exemplaren veel voor in groepen, volwassen koppels worden in de natuur ook samen aangetroffen na de paarcyclus.
Sommige mannelijke exemplaren kunnen een mooie bultvorming krijgen, let op niet alle mannelijke exemplaren ontwikkelen dit.
Geschikte medebewoners zijn bijvoorbeeld Nandopsis Manageunsis, Vieja Synspilus.


Inrichting:
Aangezien deze soort voorkomt in snelstromende en kalme rivieren kan men kiezen voor een sterke of een zwakke watercirculatie.
Het aquarium kan men inrichten met een grove zandbodem, kiezels, afgeronde keien en een paar mooie grote stukken wortelhout, zet de stukken hout zo neer dat de verschillende koppels makkelijk een territorium kunnen vormen, dit bevordert de rust in de bak.
Aangezien hun dieet voor een groot gedeelte bestaat uit groenvoer is het moeilijk om planten te gebruiken bij de inrichting.
Zorg wel voor een aantal schuilplaatsen zodat ondergeschikte dieren een onderkomen hebben en ze kunnen ontsnappen aan dominante dieren.
De temperatuur kan het beste tussen de 22 en 25 graden worden gehouden, de PH rond de 7,5.


Lengte, Geslachtsonderscheid en Kweek:
De maximale lengte ligt rond de 25 cm ,vrouwelijke exemplaren wat kleiner.
Deze soort is bij een lengte van 10 cm al geslachtsrijp, het is echter wel slecht voor hun groei indien ze vroeg beginnen met paren.
Geslachtsonderscheid is lastig, een aantal verschillen waar men op kan letten zijn: mannelijke exemplaren groeien sneller en laten vrouwelijke exemplaren snel achter in de groei en ze worden een stuk groter terwijl de vrouwtjes een vollere bouw hebben, ook hebben de vrouwtjes een donkere vlek in de rugvin helaas zijn er ook varianten waar de mannelijke exemplaren ook beschikken over een donkere rugvlek.
Het kweken is vrij makkelijk mits men beschikt over een goed koppel.
Laat een 6 tal jonge dieren bij elkaar opgroeien, je zal merken als de dieren halfwas zijn ze koppels gaan vormen en territoria gaan vormen, als het aquarium groot genoeg is dan kan men de overige dieren erin blijven houden, is dit niet het geval dan raad ik aan om ze eruit te vangen, want anders zullen ze worden gesloopt door het bestaande koppel.
Het broedkleed wat deze soort krijgt is heel fraai, ze worden donker van kleur met een mooie lichte driehoek die zich bevindt in het kopgedeelte.
Na een aantal dagen te hebben gebaltst, gegraven en te hebben gepoetst, zal je merken dat ze gaan afzetten op een schoongemaakte ondergrond (deze vis een vrijbroeder).
Na een aantal dagen komt het legsel uit (als het natuurlijk bevrucht is) en merk je dat ze worden verhuist naar eerder gegraven kuiltjes.
Na een 2 of 3 tal dagen in de kuiltjes te hebben gelegen gaan ze uitzwemmen.
Indien je van plan bent om er een aantal apart op te kweken, laat er altijd een paar bij de ouders zodat ze op een natuurlijke wijze hun paarcyclus kunnen afsluiten en vang ze na 3 weken eruit.
Want anders krijgen ze van hun ouders niet genoeg informatie door, zodat je later met het probleem zit dat als ze groter zijn ze niet weten hoe ze hun eigen broedcyclus moeten afronden. 
Jonge Carpinte zijn lastige visjes om op te kweken, het komt veel voor dat het slechte groeiers zijn en ze zijn heel erg gevoelig voor stress, worm en darminfecties.


Slotwoord:
De Carpinte is een heel fraaie robuuste soort die men regelmatig tegen komt en het zien van een baltsend volwassen koppel is iets wat je niet gauw meer vergeet.
Let wel goed op dat er bij het opkweken van jonge exemplaren veel verliezen kunnen vallen door darminfecties en worminfecties, voer dan ook geen rode muggenlarven en runderhard, deze voedselsoorten kunnen ze hoogstwaarschijnlijk niet goed verteren.
 


>De familie bestaat uit.....

>Hier staan meer foto's.

>terug.

 

 

 

 Home


   
  Home    De Vissen    Tips    Biotopen    Links    Advertenties    Visregistratie                  Copyright (c) cichliden.org 2006