Nandopsis Dovii.
De Dovii is de
grootst wordende
vertegenwoordiger
uit het geslacht
Nandopsis en
waarschijnlijk ook
een van de pittigere
soorten uit het
geslacht.
Hij wordt vaak
genoemd de
wolfcichlide
waarschijnlijk door
zijn uiterlijk en
karakter.
Qua bouw lijkt de
Dovii op andere
nandopsis soorten
zoals de Manageunsis
(deze is wat grover
van bouw en wat
rustigere van
gedrag) de
Friedrichsthalii,
Loisellei en de
Motageunsis.
Van al deze soorten
zijn artikels en
mooie foto’s te
vinden op onze
homepage.
De Dovii is een
echte rover die te
kleine soorten aan
stukken scheurt en
opeet, het is dus
belangrijk dat men
passende
medebewoners heeft
en veel grof voer te
eten geeft.
Dit soort vissen
zijn niet goed groot
te krijgen op alleen
droogvoer.
Het
verspreidingsgebied
van de Dovii is
terug te vinden in
Nicaragua,
Costa-Rica en
Honduras.
Het is vrij goed te
begrijpen dat deze
vis niet erg veel
wordt gehouden onder
de Nederlandse
liefhebbers, terwijl
de pittigere soorten
in Duitsland zeer
geliefd zijn.
Gedrag:
Over het gedrag
kunnen we kort
zijn, als men niet
beschikt over een
bak van zeker 200
dan is deze soort
niet aan te bevelen.
Als de soort echter
volwassen is dan is
zelfs een bak van
200 aan de krappe
kant.
Ze kunnen erg
onverdraagzaam zijn
tegen over
soortgenoten en
andere soorten.
Als de bak te klein
is of er zijn geen
schuilgelegenheden
dan eindigt het
meestal met de dood
van de
desbetreffende
medebewoners.
Een paar goede
medebewoners zouden
bijvoorbeeld de
A.citronellus of de
N.Trimaculatus
kunnen zijn.
Duitse liefhebbers
houden de Dovii vaak
samen met N.Festea
of N.Umbriferus.
De paarbinding laat
echter nogal wat te
wensen over en in
niet goed ingerichte
bakken wordt de
vrouw wel eens
afgemaakt door de
man.
Inrichting:
Zorg voor voldoende
ruimte als men deze
grotere soorten wil
houden.
Creëer door middel
van opgestapelde
stenen een aantal
schuilplaatsen.
Zorg voor een grove
bodemgrond met een
aantal grote keien
en wortelhout die de
vissen niet kunnen
verzetten als ze in
de paarperiode
zitten.
Persoonlijk vind ik
dat vissen het beste
gedijen met een
sterke
watercirculatie en
gedimpt licht.
Maximale Grote,
Geslachtsonderscheid
en Kweek:
De maximale grote
ligt volgens
verhalen rond de 70
cm, persoonlijk heb
ik nooit grotere
exemplaren
waargenomen dan van
50 cm .
De vrouwelijke
dieren blijven
doorgaans een 10 tal
cm kleiner.
Het
geslachtsonderscheid
is vrij makkelijk te
zien, vooral bij
halfwas dieren.
De vrouwelijke
dieren hebben een
dikker geprint
strepenpatroon en
zijn soms geelachtig
oranje van kleur.
Terwijl de mannen
meer een
blauwachtige gloed
kunnen hebben, ook
zijn mannen wat
langgerekter van
bouw.
De kweek is
eenvoudig, een man
en vrouw vormen
doorgaans een
koppel.
Schaf een 6 tal
jonge dieren aan en
laat daar uit een
koppel groeien, dit
koppel heeft
doorgaans een
sterkere paarbinding
dan wanneer we een 2
tal exemplaren op
goed geluk bij
elkaar plaatsen.
Als de dieren uit
groeien tot 15 cm
dan kunnen ze al
aanstalten gaan
maken voor de
paring.
Ze vormen samen een
territoria en
verdedigen dit dan
tegen alle
indringers, niet
lang daarna zal er
een legsel worden
afgezet.
Als het legsel is
bevrucht dan komt
dit bij een temp.van
28 graden na drie
dagen uit.
Maar een goede raad,
kweek niet alle
jongen op want er is
weinig vraag naar en
ze kunnen
gigantische legsels
krijgen.
Slotwoord:
Wederom een
persoonlijkheid die
eigenlijk maar
geschikt is om
gehouden te worden
door liefhebbers met
grote ruimtes en
veel kennis.
Het is een
interessante soort
die echt kan
uitgroeien tot een
huisdier van grote
omvang.
Dus niet echt
weggelegd voor
beginnende
liefhebbers.
|