|
Nandopsis Istlanum.
Deze
vertegenwoordiger uit het
geslacht Nandopsis wordt
beschouwd als een
tweelingsoort van de
N.Grammodes.
Helaas is de Istlanum wat
gevoeliger dan zijn broertje
en dan heb ik het hier over
darminfecties en infecties
die ontstaan tussen de
schubben (zie artikel
infecties en ziektes).
Onze Mexicaanse kennis Juan
Miguel had een mooi artikel
geschreven over deze soort
en kwam tot de ontdekking
dat de soort in de natuur
werd verdreven door de
uitgezette Nigrofasciatus en
de diverse tilapiasoorten
die uitgezet zijn als
voedselbron voor de lokale
bevolking.
De soort vindt zijn
oorsprong in het Mexicaanse
hoogland, in de provincie
Morelos.
Gedrag:
Het is een vrij pittige
soort die naar mijn mening
een stuk feller is dan zijn
broertje de Grammodes (zie
foto’s Grammodes).
Het is dan ook zeer
verstandig om deze soort een
veel ruimte te geven, een
aquarium van minimaal
200x60x60 maar indien
mogelijk is meer ruimte
altijd een stuk beter.
Houd ze dan ook samen met
soorten die eveneens een
pittig karakter hebben,
bijvoorbeeld Dovii,
Trimaculatus of Motageunsis.
Inrichting:
Probeer ook hier weer de
inrichting zo natuurlijk
mogelijk te houden.
Persoonlijk vind ik het mooi
om deze soort te houden in
een oeverbiotoop dus een
mooie rotsformatie met wat
mooie stukken wortelhout met
mooie vertakkingen.
Voor het zicht kan je
bijvoorbeeld wat plastic
klimop’s gebruiken dit geeft
het geheel een natuurlijk
gezicht.
Echte planten zijn doorgaans
ook goed te gebruiken,
javamos of hoornblad
bijvoorbeeld.
Ik raad wel aan om deze
soort warm (28 graden) te
houden, bij koudere
temperatuur krijgen ze last
van infecties.
Hoogstwaarschijnlijk hebben
ze het niet nodig maar ik
houd ze wel met een sterke
stroming.
Geslachtsonderscheid,
Maximale lengte en Kweek:
De maximale lengte van
mannelijke exemplaren ligt
rond de 25 cm, maar een
exemplaar van 30 cm is al
eens waargenomen.
De vrouwelijke exemplaren
blijven doorgaans een 5 tal
cm kleiner.
Het geslachtsonderscheid is
al vrij snel te zien,
vrouwtjes zijn een stuk
donkerder getekend en de
bouw is een stuk compacter
dan de mannen, deze zijn
doorgaans langgerekter
gebouwd, ook kunnen sommige
mannen een bultvorming
ontwikkelen.
Wat het kweken betreft heb
ik persoonlijk deze soort
nooit kunnen nakweken, een
aantal legsels heb ik wel
gehad maar kort daarna
kregen ze altijd
darminfecties en dan is het
weer einde verhaal.
Van kennissen hebben we
vernomen dat deze soort het
beste kan worden gehouden in
een groepje of een man met
2-3 vrouwen, hierdoor is de
agressie wat minder.
Het zou hier gaan over een
holenbroeder die zijn
territoria sterk verdedigt
tegen andere soorten.
Ik denk dat de paring kan
worden vergeleken met zijn
tweelingsoort Grammodes.
Jonge dieren zijn zeer
gevoelig die tot een
bepaalde lengte snel
groeiend en dan van af
ongeveer 8-12 cm zeer
gevoelig voor infecties.
Het is ook zeer verstandig
om de soort niet over te
zetten of te verhuizen, zeer
stress gevoelig.
Slotwoord:
Deze zeldzame soort wordt zo
goed als nimmer aangeboden
in de winkels en als men hem
tegen komt dan raad ik het
aan om zeer goed te kijken
of de buikjes niet opgezet
zijn en er geen witte
ontlasting aanwezig is in de
bak.
Zelf schaf ik er telkens een
aantal aan als ik er de kans
voor krijg, want de drang om
deze zeldzame soort te
verzorgen en groot te kunnen
brengen is steeds aanwezig.
Wat is er mooier om een
kleurrijke soort te kunnen
grootbrengen en als het
meezit ook nog eens kunnen
nakweken. |