| |
Cichliden
ruwe Edelstenen uit Midden
Amerika
Nandopsis Managuensis.
De Managuensis is een tot
50cm groot wordende
vertegenwoordiger van de
Nandopsis, door zijn fraaie
donkere vlekkenpatroon wordt
hij ook wel de
jaguarcichlide genoemd.
De meeste soorten uit deze
groep kunnen heel
onverdraagzaam zijn, samen
met de Friedrichstalii is de
Managuensis een van de
rustigste soorten van de
groep.
Het blijven echter wel
rovers die te kleine
medebewoners proberen op te
eten.
Helaas zien de meeste mensen
er van af om deze vis te
houden puur omdat het
uiterlijk hen afschrikt en
ze logisch natuurlijk er van
uit gaan dat ze hier te
maken hebben met een zeer
agressieve vis .
Samen gehouden met andere
rustige soorten heeft men
aan deze vis veel plezier.
Geschikte medebewoners zijn
bijvoorbeeld V.Synspilus,
C.Pearsei en V.Argentea.
Andere soorten waar de
Managuensis veel mee wordt
verward zijn: Dovii (60cm),
Loisellei (25cm),
Motageunsis (30cm) en de
Friedrichsthalii (35cm).
Al deze soorten zijn heel
productief (grote legsels
van meer dan 1000 eitjes).
Opkweken van al deze jongen
is verloren tijd,want er is
weinig vraag naar.
Zijn herkomst is te vinden
in Costa-Rica, Honduras,
El-Salvador, Nicaragua en
Mexico.
Inrichting:
Een minimum maat van
200x60x60 is aangezien de
grote van deze soort nodig.
De inrichting voor deze
grote jongens kunnen we grof
houden, grove
zandbodem, kiezels, grote
stenen en grote stukken
wortelhout, aangezien ze de
bak toch wel naar eigen
smaak verbouwen heeft het
geen nut om elke keer weer
opnieuw de zandbodem netjes
glad egaal te houden. (het
zijn enorme gravers, zeker
in de paarperiode).
De temperatuur kun je rond
de 28 graden houden en de PH
rond de 7 a 8.
Voor de verlichting gebruik
ik de triton want dan komt
de mooie blauwe gloed van de
Manageunsis het beste tot
zijn recht.
Een sterke watercirculatie
is niet echt nodig,
aangezien we het hier
waarschijnlijk over een vis
hebben die zijn prooi
opwacht in de
oevervegetatie.
Aan de andere kant zijn er
ook verhalen dat deze soort
zijn prooi actief opjaagt.
Grote,
Geslachtsonderscheid en
Kweek:
De mannelijke exemplaren
halen moeiteloos de 50 cm
(let op deze soorten hebben
ook levend voer nodig, dus
niet alleen droogvoer)
vrouwtjes blijven een stuk
kleiner, rond de 40 cm.
Geslachtsonderscheid is vrij
makkelijk, de mannen worden
groter en ze hebben een
grovere bouw, de vrouwtjes
hebben een vollere
buikpartij en zijn doorgaans
een stuk lichter van kleur
dan de mannelijke
exemplaren.
Wat de kweek betreft, die is
heel makkelijk als je een
man en een vrouw hebt dan
wordt dat doorgaans een
kweekkoppel.
Dit soort is heel erg
makkelijk te koppelen met
een ander exemplaar.
Dit is mooi meegenomen want
normaal is het moeilijk als
er een van de oudere dieren
dood gaat om het
overgebleven dier te
koppelen aan een wildvreemd
dier.
Als ze eenmaal afzetten dan
is er geen stoppen meer aan,
dus ik raad het af om al het
jongbroed op te kweken.
De jonge Managuensis zijn
heel makkelijk op te kweken
en groeien ontzettend hard.
De broedzorg is heel erg
goed, ze vallen je zelfs aan
als je langs de vooruit van
het aquarium loopt.
Slotwoord:
Dit is een grotere vissoort
die je vrij veel tegen komt
in de handel, maar waar je
nog steeds ontzettend veel
plezier aan kunt beleven en
bovendien is hij makkelijk
te houden.
Soms denk ik wel eens dat
ook vissoorten met de mode
mee gaan, dit omdat je veel
om je heen ziet en als er
dan een nieuwe soort wordt
aangeboden meestal de
gewonere soorten het veld
moeten ruimen.
Hij komt pas echt goed tot
zijn recht in grotere
aquaria waar hij meestal de
blikvanger is. |
>De familie bestaat uit.....
>Hier staan meer foto's.
>terug.
|
|
|
|