|
Nandopsis Urophthalmus.
Op het
eerste gezicht lijkt deze
vertegenwoordiger uit het
geslacht Nandopsis
ontzettend veel op de
zuid-Amerikaanse soort
N.Festea.
Ik heb het al verschillende
keren meegemaakt dat
winkeliers de 2 soorten door
elkaar haalden bij de
verkoop, maar toch zijn er
duidelijke verschillen zoals
de bouw en kleur.
Een 5 tal jaar geleden werd
de Urophthalmus veelvuldig
gehouden en werd vaak
aangeboden door winkeliers
en hobbyisten.
Helaas kom je de soort
tegenwoordig maar zelden
tegen.
Het natuurlijke biotoop van
de Urophthalmus is terug te
vinden in het zuiden van
Mexico, Guatemala en Belize.
Net als bij de meeste
cichlidensoorten zijn er van
de Urophthalmus ook een
aantal kleurvarianten die
variëren van prachtige
kleuren tot zeer grauwe
kleuren.
De variant afgebeeld op de
foto’s is waarschijnlijk een
soort afkomstig uit de
Rio-Candelaria.
Gedrag:
Inrichting:
We kunnen hier weer uitgaan
van een rivierbedding (grove
zandbodem met keien en
wortelhout).
Het beste kunnen we hier ook
een aantal plaatsen maken
waar het wat donkerder is
door stukken wortelhout op
te stapelen tegen de
achterwand.
Zorg ook dat je de
inrichting zo maakt dat het
voor de vissen makkelijk is
om een territoria te vormen.
Hiermee bedoel ik dat ze het
eigen plaatsje in de bak tot
een bepaalde grens (een
steen of stuk wortelhout)
kunnen afbakenen.
De kleuren van de vissen
komen normaal gesproken
mooier uit als men triton of
grolux lampen gebruikt.
Maximale grote,
Geslachtsonderscheid en
Kweek:
De maximale lengte ligt rond
de 30 cm, de vrouwelijke
exemplaren blijven doorgaans
een paar cm kleiner.
Ze zijn echter al
geslachtsrijp bij een lengte
van 15 cm, het
geslachtsonderscheid is soms
lastig .
Maar bij de meeste varianten
laten de vrouwelijke
exemplaren een donkere zone
zien in de rugvin, bij de
mannelijke dieren ontbreken
die.
Als ze een lengte hebben van
ongeveer 15 cm dan kan je
ook zien dat de bouw van
vrouwelijke dieren anders is
dan bij de mannelijke
dieren.
De vrouwtjes hebben een
grovere bouw terwijl de bouw
van de mannen doorgaans
langgerekter is en de meeste
vrouwtjes laten wat meer
kleur zien dan hun eega’s.
Het kweken met deze soort is
vrij makkelijk, probeer
eerste een 6 tal jonge
dieren bij elkaar te laten
opgroeien.
Als ze een lengte bereiken
van 15 cm dan vormen er
normaal al koppels die samen
een plaats in de bak
verdedigen tegen de andere
medebewoners.
In dat territorium wordt
meestal na verloop van tijd
een steen of een andere
ondergrond schoongepoetst.
Indien men dit waarneemt
raad ik aan om water te gaan
verversen en grof te gaan
voeren dit stimuleert de
vissen om wat vlotter te
gaan afzetten.
Doorgaans hebben deze vissen
vrij grote legsels, maar ik
raad af om veel jongbroed op
te kweken omdat er
doodgewoon weinig vraag naar
is.
Jonge Urophthalmus zijn
eenvoudig op te fokken met
micro-voer en artemia
nauplieen.
Probeer ze echter goed warm
te houden anders heb je
grote kans dat ze last
krijgen van een
darminfectie.
Slotwoord:
Persoonlijk hoop ik
binnenkort deze soort ook
weer eens te houden.
Het is een zeer interessante
soort waar menig liefhebber
plezier aan beleeft.
Maar ook een soort die de
ruimte nodig heeft, hoe
groter de ruimte des te
rustiger en meer plezier men
kan beleven aan deze soort.
Helaas heeft hij maar weinig
toekomst in de hobby, puur
omdat hij bekend staat als
een pittige soort en de
meeste mensen vinden het een
vis die niet genoeg kleur
heeft.
|