Tomasopa
 


Cichliden ruwe Edelstenen uit Midden Amerika




 
Theraps Lentiginosus.


Deze mooie middelgrote soort behoort tot de rheophile soorten, dit houdt in dat ze voorkomen in snelstromend water en hierdoor ook hun lichaam hebben aangepast (slank en langgerekt ).
Dit is iets waar we bij de verzorging rekening mee moeten houden als we ze tenminste goed willen verzorgen.
Andere vertegenwoordigers uit deze familie zijn :Theraps Irrigularis, Theraps Coeruleus, Theraps Wesseli en tot slot Theraps Nourissati, die laatste schippert een beetje tussen de familie Theraps en de familie Amphilophus in,  het is een soort die uitsluitend wordt gevonden in de rustiger stromende gedeeltes van de rivieren.
Toch als je jonge exemplaren van de Nourissatie vergelijkt met jonge exemplaren van de soort Irrigulares zie je dat de bouw de kleur en de tekening sterk overeen komen.
Als men kijkt naar de tekening en kleur van de Lentiginosus dan doet hij meteen denken aan de Vieja Argentea.
De Lentiginosus wordt ook wel eens verkocht onder de naam de grote blauwe, terwijl zijn kleinere broertje onder de naam kleine blauwe wordt verhandeld, beide soorten zijn overigens als ze jong zijn niet van elkaar te onder scheiden.
Het natuurlijke biotoop van de Lengti is te vinden in Mexico en Guatemala, een tweetal rivieren waar hij in voor komt zijn de Rio-Usumacinta en de Rio-Grijlva.
De variant die is afgebeeld op de foto’s zijn wildvang exemplaren uit de Rio-Chacamax in Mexico.


Gedrag:
We kunnen deze mooie aantrekkelijke soort het best omschrijven als druk en niet agressief.
Druk omdat hij altijd wel bezig is om eten te zoeken of in de stroming aan het zwemmen is.
Als medebewoners kunnen we het beste rustige soorten geven zoals bijvoorbeeld vertegenwoordigers uit het geslacht Thorichthys, of wat ik persoonlijk zelf heel mooi vind: een schooltje levendbarende of zalmachtigen.
Vertegenwoordigers van het geslacht Nandopsis zijn een slecht gezelschap, want deze domineren de Therapssoorten teveel.


Inrichting:
Voor halfwas Lengti’s voldoet al een bak van 160x50x50, zijn ze volwassen, dan moeten we gaan denken aan een bak van 200x60x60.
Wat het inrichten betreft kunnen we het beste een rivierbedding aanhouden.
Als bodem gebruiken we zand vermengd met grind en kiezels,voor de rest gebruiken we een aantal verschillende maten rolkeien (maaskeien) en een paar fraaie stukken wortelhout met mooie dunne vertakkingen zodat het allemaal natuurlijk lijkt.
Omdat het holenbroeders zijn moeten we de bak ook voorzien van een aantal holen.
Een sterke watercirculatie kunnen we verkrijgen door gebruik van een powerhead of een c.v.pomp.
Wat de watertemperatuur betreft, die houd ik opzettelijk hoog omdat ze op die manier minder gevoelig zijn voor darminfectie, ten tweede eten ze meer en daardoor groeien ze ook beter.
Het voer wat men ze voor kan schotelen zijn bijvoorbeeld: garnaalachtige, spirulinavlokken, forelkorrels en meervallenkorrels.
Voersoorten die ik afraad zijn tubifex, rode muggenlarven en runderhart.
Van dit voer krijgen ze darminfecties doordat ze het slecht kunnen verteren, met als gevolg dat ze het loodje leggen.


Grote, Geslachtsonderscheid en Kweek:
De maximale lengte die deze soort kan bereiken ligt rond de 25 cm, de vrouwelijke exemplaren blijven doorgaans een 5 tal cm kleiner.
Ze zijn echter al geslachtsrijp bij een lengte van 12 cm, maar het is niet bevorderlijk voor de groei als ze zo vroeg beginnen met produceren.
Het verschil tussen de seksen is makkelijk te zien, mannelijke exemplaren hebben veel meer peperstipjes op hun lichaam en vrouwelijke exemplaren hebben een donkere vlek in hun rugvin die de mannelijke exemplaren missen.
De kweek is niet al te moeilijk, maar ik raad aan om te beginnen met een 6 tal jonge exemplaren.
Als deze uitgroeien tot halfwas exemplaren merk je dat ze paren gaan vormen, dit kan je herkennen aan een man en vrouw die samen een territoria verdedigen.
Het territoria verdedigen gaat meestal gepaard met het poetsen en graven bij een holletje.
Op dat moment kan je merken dat ze totaal veranderen van kleur, ze worden prachtig licht van kleur met een aantal donkere banden dit noemen we de broedkleur.
Na een paar dagen te hebben gegraven zal het vrouwtje een aantal eitjes afzetten in het holletje, meestal zijn het er niet zoveel want deze soorten hebben kleine legsels van ongeveer 200 eitjes.
Na de afzetting merk je dat ze veel feller zijn tegen de medebewoners.
Bevruchte legsels komen bij een temperatuur van 28 graden na 3 dagen uit.
De opkweek van de jonge visjes is lastig,maar je kan ze opkweken mat microvoer, artemia-nauplieen en fijngemalen spirulinavlokken.
Houd de water temperatuur hoog en als ze in een kleine bak zitten ververs dan elke dag een gedeelte water.
Let op!! Zorg dat het verse water ongeveer even warm is want voor schommelingen zijn ze ontzettend gevoelig.


Slotwoord:
De Lentiginosus is een mooie aanwinst voor de hobby, een waar juweel.
Wel is het een soort die eigenlijk gehouden moet worden door serieuze liefhebbers,
Hiermee bedoel ik dat ze bepaalde eisen stellen die we niet uit de weg kunnen gaan.
Zoals goed voer, stromend water en de juiste medebewoners, veel aandacht dus.
En helaas produceren ze maar kleine legsels, waardoor ze nooit echt veelvuldig worden aangeboden in winkels en in liefhebberskringen.


>De familie bestaat uit.....

>Hier staan meer foto's.

>terug.
 

 

 

 Home


   
  Home    De Vissen    Tips    Biotopen    Links    Advertenties    Visregistratie                  Copyright (c) cichliden.org 2006