Tomasopa
 


Cichliden ruwe Edelstenen uit Midden Amerika




 
Thorichthys Affines.


Deze vertegenwoordiger uit Thorichthys groep is een vrij zeldzame verschijning en kan vaak worden verwisselt met de welbekende soort de Meeki, alias de vuurkeelcichlide.
Ik heb hem in mijn hele leven nog maar een tweetal keren gezien , namelijk in een winkel in Maasluis Holland cichlids en in een winkel in Duisburg.
Het is net als de meeste soorten uit de familie een zeer gevoelige soort die vaak last krijgt van darminfecties (zie artikel ziektes en infecties) en ook gevoelig is voor stress.
Het verspreidingsgebied van deze soort is terug te vinden in Belize (Rio Usumacinta) en Guatemala (Petenmeer).

Gedrag:
Persoonlijk vind ik de vertegenwoordigers uit deze familie niet agressief, maar dit gedrag kan veranderen indien men ze te klein houdt.
We raden dan ook aan dat ze het best kunnen worden gehouden in ruimtes van minstens 150x50x50 en dan zijn ze ook het best naar mijn mening te houden in kleine groepjes van ongeveer 6 exemplaren.
Dit is goed mogelijk omdat de meeste soorten niet monogaam zijn.
Goede medebewoners zijn: Theraps Coeruleus, zalmachtige en levendbarende.

Inrichting:
Wat de inrichting betreft kunnen we beginnen om voor de bodem een rivierbedding na te bootsen.
Bijvoorbeeld: zand, grind, kiezels, maaskeien en wat fraaie stukken wortelhout.
Het is ook zeer goed mogelijk om planten te gebruiken bij de inrichting.
Persoonlijk gebruik ik graag hoornblad of valliseneria soorten, deze planten geven een natuurlijk uiterlijk aan de bak.
Een sterke watercirculatie is niet echt nodig voor de Affines.
Mocht men hem willen combineren met Coeruleus dan is het wel raadzaam om een sterke watercirculatie te maken (dit is makkelijk te bereiken door het gebruik van een powerhead of c.v. pomp).
Zorg bij de inrichting voor voldoende donkere schuilplaatsen waar de vissen zich kunnen terugtrekken bij gevallen van schrik, dit vermindert de kans op grote stress.

Maximale Grote, Geslachtsonderscheid en Kweek:
De maximale grote die de soort kan bereiken ligt rond de 15 cm, vrouwelijke exemplaren blijven doorgaans wat kleiner.
Het geslachtsonderscheid kan lastig zijn .
Een aantal dingen waar men op kan letten zijn bijvoorbeeld dat de vrouwtjes wat kleiner blijven en wat feller gekleurd zijn vooral in de rugvin.
Ook kan de bouw van de vrouwelijke exemplaren wat grover zijn en de mannen wat langgerekter
Het kweken is eigenlijk niks moeilijker dan bij de Meeki.
Kweek een groepje jonge dieren bij elkaar op en laat ze er zelf een koppel uit selecteren.
Dit koppel zal een plaats in de bak verdedigen tegen de overige exemplaren, als de bak ruim genoeg is dan valt de agressie reuze mee.
In het verdedigde gebied zal op een steen of op een andere ondergrond worden afgezet.
Normaal gesproken komen bevruchte legsels na 3 dagen uit.
Larfjes en jonge dieren zijn op te kweken met fijn gemaakte spirulina vlokken, artemianauplien en microvoer.

Slotwoord:
Naar wat ik weet is er maar een iemand die de soort heeft zitten in Nederland.
Met een beetje mazzel kweken ze ze na en kan er wat van worden verspreid, net als bijvoorbeeld de C.Godmani die nu netjes in omloop wordt verspreidt.
Dus als we deze soort wat langer in onze bakken willen zien rondzwemmen dan moeten we er zeer zuinig mee omgaan.

 


>De familie bestaat uit.....

>Hier staan meer foto's.

>terug.

 

 

 

 Home


   
  Home    De Vissen    Tips    Biotopen    Links    Advertenties    Visregistratie                  Copyright (c) cichliden.org 2006