Tomasopa
 


Cichliden ruwe Edelstenen uit Midden Amerika




 
Thorichthys Meeki.



Ik denk dat elke liefhebber deze soort wel herkent aan zijn bekende naam de vuurkeelcichlide.
De vuurkeelcichlide is net als de jack dempsey (Nandopsis Octofasciatus) en de zebracichlide (Archocentrus Nigrofasciatus) een van de eerste cichliden die veelvuldig werd gehouden.
Nog niet zo heel lang geleden is er zelfs een populatie ontdekt waarvan de exemplaren een zwarte keel en veel blauwe vlekken bezitten, een hele mooie variant die ook wat kleiner van lengte blijft, ongeveer 15cm.
Deze variant werd door een lid van Poecillia (club voor liefhebbers van levendbarenden) ontdekt en meegenomen als bijvangst naar Nederland.
Helaas is de zwarte vuurkeel al bijna helemaal uit de liefhebbers kring verdwenen. 
Met zijn maximale lengte van 17 cm (een zeldzame 20cm is wel eens waargenomen) is het een soort die we kunnen rekenen tot de wat kleiner en verdraagzamere cichliden.
De Meeki is in elke winkel wel te krijgen of te bestellen, helaas betreft het hier meestal  te ver door gekweekte exemplaren die uit Azië afkomstig zijn.
De herkomst is te vinden in Mexico, Yucatan, Belize en Guatemala.
Een aantal zeer mooie en zuivere varianten die momenteel worden gehouden zijn de varianten die afkomstig zijn uit de rivieren Rio Candelaria en de Rio Aqua Dulce.
LET OP, geef vertegenwoordigers uit het geslacht Thorichthys nooit geen rode muggenlarven, runderhard of tubifex te eten, want dit kunnen ze heel erg slecht verwerken.
Goede voedselsoorten zijn garnaalachtige en spirulinavlokken.


Gedrag:
Zoals eerder gezegd is de Meeki normaal gesproken een vrij rustige soort die zijn agressie beperkt tot het fel uitvallen naar een rivaal met een uitgeklapt kieuwdeksel.
Hij is al te houden is in een aquarium met een kantlengte van 100x50x50, maar het mag natuurlijk duidelijk zijn hoe meer ruimte hoe beter het voor de vissen is.
De paarvorming voor de Meeki stelt niet veel voor, een willekeurige man en vrouw vormen doorgaans een kweekkoppel, de ellende hiervan is wel dat als men meerdere vrouwen bij een man zet dat de man ook wel eens wisselt van spijs en hierdoor word automatisch het overgebleven vrouwtje als rivaal gezien en achterna gejaagd en als de ruimte te klein is tot de dood erop volgt.
Ze zijn overigens enorm productief, wat dit betreft zijn ze vergelijkbaar met vertegenwoordigers uit het geslacht Archocentrus.
In zijn natuurlijke biotoop komt hij veel voor tegen de oevers en in stilstaand water, dus voor de inrichting is geen sterke watercirculatie nodig, indien we een biotoop willen nabootsen,is dit de ideale soort.
Hij wordt niet al te groot en je kunt hem samen houden met zalmachtigen en levenbarende.
Ook laat hij de planten grotendeels met rust, het blijft echter wel een milde graver in de broedperiode.


Inrichting:
Begin met een minimale lengte van 100x50x50, richt de bak in met wortelhout, zand, ronde keien, kiezels en grind, je kunt zelfs voor de inrichting een aantal gedroogde bladeren gebruiken (zie artikel familie Thorichthys).
Indien ze schuw zijn helpt het nogal eens als je er een schooltje zalmpjes of een aantal levendbarende bij zet.
Houd de watertemperatuur wat hoog rond de 28 graden, op die manier zijn ze wat sterker bestand tegen witte ontlasting (wormen) en darminfecties.
De verlichting waarmee ze goed kleuren zijn bijvoorbeeld de triton en de groluxlampen.


Grote, Geslachtsonderscheid en Kweek:
De maximale lengte ligt rond de 17 cm, vrouwelijke exemplaren blijven een 4 tal cm kleiner.
Ze zijn al geslachtsrijp bij een lengte van 6 cm, maar dit gaat ten koste van het groeiproces.
Het kunnen onderscheiden van man en vrouw is niet zo lastig.
Een aantal verschillen zijn: de mannen worden groter en hebben mooiere ontwikkelde vinnen.
Bij sommige mannelijke exemplaren is een lichte bultvorming te zien en de kop loopt spitser, de kleuren in de vinnen zijn bij vrouwen wat feller en een gezonde vrouw heeft een goede volle buikpartij, ook hebben ze wat meer schitteringen in de vinnen.
Het kweken met deze vis stelt niet zo veel voor, ik heb me wel eens laten vertellen dat ze zelfs nog na te kweken zijn in een goudvissenkom (ik raad het u overigens niet aan).
Ik ben er zelf een voorstander van om soorten uit deze familie in een groepje te houden.
Bij het bij elkaar zetten van een aantal exemplaren merk je niet erg lang daarna dat er een koppel vormt, je kunt dit merken doordat ze samen territoria gaan vormen en andere vissen hieruit verjagen.
Hebben ze eenmaal een plekje van zichzelf dan zie je dat ze bijvoorbeeld een steen schoonpoetsen net zo lang totdat de vrouw vindt dat het er netjes genoeg uit ziet om er een legsel op af te zetten.
Een bevrucht legsel komt bij een temperatuur van 28 graden na drie dagen uit en na nogmaals een drietal dagen kan je al waarnemen dat de larfjes beginnen te rond dwarrelen.
De jonge Meeki zijn op te kweken met microvoer,artemia-naulieen en fijn gewreven spirulinavlokken,bij een grote van 3 cm komt het vaak voor dat ze massaal sterven.
Het enige wat je hier tegen kunt doen is hoge temperatuur en goed water verversen, ook wil een wormenkuur wel eens helpen.


Tot slot:
De Meeki is een van de twee sterkste soorten uit zijn geslacht (de andere is de Ellioti) en een perfecte soort voor een liefhebber die nog niet zoveel ervaring heeft.
Ik wil hier niet mee duidelijk maken dat hij alleen geschikt is voor beginners, persoonlijk verzorg ik de Meeki al meer dan 10 jaar met nog steeds veel plezier en ben van plan om er nog eens minstens 10 jaar plezier aan te beleven.
Let op, net als bij de meeste soorten probeer goede bloedlijnen (rivieren, varianten) niet met elkaar te kruisen, hierdoor raak je alleen de raszuivere varianten mee kwijt.

 


>De familie bestaat uit.....

>Hier staan meer foto's.

>terug.
 

 

 

 Home


   
  Home    De Vissen    Tips    Biotopen    Links    Advertenties    Visregistratie                  Copyright (c) cichliden.org 2006