Tomasopa
 


Cichliden ruwe Edelstenen uit Midden Amerika



Vieja Fenestratus.

 
De Fenestratus behoort tot de groep Vieja, deze familie heb ik ingedeeld in 2 groepen:

Groep 1:
Argentea, Regani, Synspilus, Hetrospilus, Tuyrense, Breidohri en Rio Corzo, groep 1 is de groep met de minste agressiviteit.  

Groep 2:
Bifasciatus, Hartwegi, Maculicauda, Fenestratus, Zonatus, Guttulatum en Melanures, groep 2 is de groep waar de vissen erg onverdraagzaam kunnen zijn.

De Fenestratus lijkt qua uiterlijk en karakter veel op de Zonatus en Guttelatum varianten.
Houdt men hem samen met één van de bovenstaande soorten dan krijg je ongetwijfeld kruisingen en dit is niet waar men op zit te wachten.
Fenestratus wordt regelmatig aan geboden door aquariumwinkels, helaas zijn dit 9 van de 10 keer vissen die totaal geen kleur hebben (dit duidt weer op een vis die te ver is door gekweekt).
Het is belangrijk dat je voor deze vis een ruime bak hebt (200x60x60 is echt een minimum), dit omdat de paarbinding vrij zwak is, daarmee bedoel ik dat de man de vrouw na de paar periode soms niet verdraagt tot dat ze weer bereidt is om te paren.
De Fenestratus komt voor in Mexico, in een aantal rivieren zoals: Rio nacional en Rio de la lana, er zijn een aantal kleurvarianten bekend, zelfs een rosé variant uit de Catemaco See.
 

Gedrag:
Zo als eerder is geschreven kan groep 2 heel erg onverdraagzaam en dominant zijn, als men de vissen de ruimte kan geven en de juiste medebewoners dan merk je dat het probleem veel minder is.
Doet men dit echter niet dan blijft er niet veel van de visbezetting over, geschikte medebewoners zijn bijvoorbeeld: Nandopsis Salvini, Nandopsis Manageunse en Nandopsis Octofasiatus.
Boven genoemde soorten zijn ook vissen met temperament.
De paarbinding is zoals gezegd zwak (dit geldt niet voor alle koppels) en men doet er verstandig aan om een aantal schuilplaatsen te maken voor vrouwtjes en ondergeschikte mannen.
Het komt ook nog al eens voor dat een bepaald mannetje paart met 2 vrouwtjes (niet tegelijk natuurlijk) vandaar dat de paarbinding niet al te sterk is.
Wat het voedsel betreft zijn ze niet zo nauwkeurig, maar plantaardige kost mag niet ontbreken.
Je kunt ze b.v. meelwormen, cichlidensticks, forelvoer, palingvoer, vlokvoer, garnaalachtigen, spilulinavlokken of sticks geven en plantaardig voer b.v. andijvie, spinazie, sla en doperwten.
 

Inrichting:
Voor deze groter wordende soort heb je een ruime bak nodig.
De inrichting kan bestaan uit een grove zandbodem met kiezels en verschillende groottes maaskeien.
De territoria kan je afbakenen met een paar grote stenen of een paar mooie stukken wortelhout.
Vergeet bij deze soort ook de schuilplaatsen niet zodat de onderdanige exemplaren weg kunnen duiken, dit bespaard wonden en stress.
Een goede watercirculatie stellen ze op prijs.
Voor de verlichting kan je Triton of grolux gebruiken dan krijg je een mooie blauwachtige gloed.
Planten kan je bij deze soort niet gebruiken omdat ze die opeten.
De temperatuur kan rond de 28 graden gehouden worden.  


Grote, geslachtsonderscheid en kweek:
De maximale grote van de soort ligt rond de 40cm, de vrouwtjes blijven wat kleiner.
Onderscheid maken in geslachten is niet moeilijk, het vrouwtje heeft in de rugvin een donkere vlek en heeft ook een rondere buikpartij, ook blijven ze wat kleiner dan de mannen.
De kweek is vrij eenvoudig, ze zijn al geslachtsrijp bij een lengte van 12 tot 15 cm.
Net als bij alle cichliden begin je het beste met het opkweken van een 6 tal jonge exemplaren.
Als ze geslachtsrijp zijn zoeken meestal de vrouwtjes een dominante man op waar ze tegen aan gaan baltsen (met opgezette keel en vinnen rond de man zwemmen en met de kop schudden).
Na een aantal dagen te hebben gegraven en gepoetst, zal ze een legsel afzetten van (dit ligt ook nog aan de grote van de vrouw) zo'n  800 eitjes.
Deze worden fel verdedigt tegen alle vissen die er in de buurt durven te komen.
Na 3 dagen komen ze uit en na nogmaals 3 dagen gaan ze vrij zwemmen (dit gebeurd bij een temperatuur van 28 graden).
Als ze niet bevrucht zijn blijven ze wit van kleur, bij koppels die voor de eerste maal afzetten kan dit wel eens voorkomen,maar dit moeten ze gaande weg leren.
Indien je een aantal jonge vissen apart wil opkweken laat dan altijd een aantal van het jongbroed bij de ouders zodat zij hun broedzorg op een natuurlijke wijze kunnen afmaken. 
Het opkweken van de jonge visjes is vrij gemakkelijk en ze gedijen goed op microvoer en artemia, vergeet echter niet wekelijks water te verversen zodat ze geen groei achterstand op lopen.
Probeer ook de temperatuur wat hoger te houden, hierdoor eten ze beter.


Tot  slot:
De Fenestratus is een prachtige Vieja, die als we het goed willen doen de ruimte moet krijgen dan geniet je optimaal van deze fraaie vis, kan men dit niet realiseren schaf deze vis dan niet aan want dan kan je hem niet optimaal verzorgen en krijg je te kampen met een agressieve vis waar geen plezier aan te beleven is.


>De familie bestaat uit.....

>Hier staan meer foto's.

>terug.

 

 

 

 Home


   
  Home    De Vissen    Tips    Biotopen    Links    Advertenties    Visregistratie                  Copyright (c) cichliden.org 2006